Index - Stille Zaterdag - Terug naar beginpagina


Goede Vrijdag

Vespers

Prokimen in de vierde toon (Ps. 21)

Zij hebben mijn klederen onder elkander verdeeld
en zij hebben het lot geworpen over mijn overkleed.

- God, mijn God, sla acht op mij!
Waarom hebt Gij mij verlaten?

Lezing uit het boek der Uittocht (33:11-23)

De HEER sprak persoonlijk met Mozes, zoals een mens met een ander mens spreekt. Daarna keerde Mozes terug naar het kamp, maar zijn jonge dienaar Jozua, de zoon van Nun, verliet de tent niet.

Mozes zei tegen de HEER: "U draagt mij wel op het volk verder te laten trekken, maar u hebt mij niet laten weten wie u met mij mee zult sturen, terwijl u toch gezegd hebt: 'Jou heb ik uitgekozen, jou ben ik goedgezind.' Als dat werkelijk zo is, laat mij dan weten wat uw plannen zijn. Dan leer ik u kennen en weet ik zeker dat u mij goedgezind bent. Vergeet toch niet dat deze mensen uw volk zijn."

De HEER antwoordde: "Moet ik dan zelf meegaan om je gerust te stellen?" Mozes zei: "Als u niet zelf meegaat, laat ons dan niet verder trekken. Hoe zou moeten blijken dat u mij goedgezind bent, mij en ook uw volk, tenzij u met ons meegaat? Alleen dan nemen wij immers een bijzondere plaats in onder de volken die de aarde bewonen." De HEER zei tegen Mozes: "Ik verzeker je dat ik zal doen wat je vraagt, want ik ben je goedgezind en ik heb je uitgekozen."

"Laat mij toch uw majesteit zien," zei Mozes. Hij antwoordde: "Ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan en in jouw bijzijn de naam HEER uitroepen: ik schenk genade aan wie ik genade wil schenken, en ik ben barmhartig voor wie ik barmhartig wil zijn. Maar," zei hij, "mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven blijven." Toen sprak de HEER: "Er is een plaats op de rots waar je dicht bij mij kunt komen staan. Als dan mijn majesteit voor je langs gaat, zal ik je in een kloof laten schuilen en mijn hand beschermend voor je houden tot ik voorbij ben. Als ik mijn hand weghaal, zul je mij van achteren zien; mijn gezicht mag niemand zien."

Prokimen in de vierde toon (Ps. 34)

Houd gericht, Heer, over wie mij onrecht doen,
bestrijd hen die mij bestrijden.

- Omgord U met wapen en schild,
sta op om mij te helpen.

Lezing uit het boek Job (42:12-17)

De HEER zegende Job in zijn latere leven nog meer dan in zijn vroegere, en zo kreeg Job veertienduizend schapen en geiten, zesduizend kamelen, duizend span runderen en duizend ezelinnen. Ook kreeg hij zeven zonen en drie dochters. De eerste dochter noemde hij Jemima, de tweede Kesia en de derde Keren-Happuch. In het hele land waren geen mooiere vrouwen dan de dochters van Job. En hun vader gaf aan hen een even groot erfdeel als aan hun broers. Hierna leefde Job nog honderdveertig jaar en hij zag zijn kinderen en de kinderen van zijn kinderen opgroeien, tot in het vierde geslacht. En toen stierf Job, oud en verzadigd van het leven.

Lezing uit de profetieën van Jesaja (52:13-54:1)

Ja, mijn dienaar zal slagen,
hij zal groots zijn, hoog verheven in aanzien.
Zoals hij velen deed huiveren
- zo gruwelijk, zo onmenselijk was zijn aanblik,
zijn uiterlijk had niets meer van een mens -,
zo zal hij veel volken opschrikken,
en koningen zullen sprakeloos staan.
En zij aan wie niets was verteld, zullen zien,
zij die niets hadden gehoord, zullen begrijpen.

Wie kan geloven wat wij hebben gehoord?
Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard?
Als een loot schoot hij op onder Gods ogen,
als een wortel die uitloopt in dorre grond.
Onopvallend was zijn uiterlijk,
hij miste iedere schoonheid,
zijn aanblik kon ons niet bekoren.
Hij werd veracht, door mensen gemeden,
hij was een man die het lijden kende
en met ziekte vertrouwd was,
een man die zijn gelaat voor ons verborg,
veracht, door ons verguisd en geminacht.
Maar hij was het die onze ziekten droeg,
die ons lijden op zich nam.
Wij echter zagen hem als een verstoteling,
door God geslagen en vernederd.
Om onze zonden werd hij doorboord,
om onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij getuchtigd,
zijn striemen brachten ons genezing.
Wij dwaalden rond als schapen,
ieder zocht zijn eigen weg;
maar de wandaden van ons allen
liet de HEER op hem neerkomen.
Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet
en deed zijn mond niet open.
Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid,
als een ooi die stil is bij haar scheerders
deed hij zijn mond niet open.
Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.
Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad?
Hij werd verbannen uit het land der levenden,
om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.
Hij kreeg een graf bij misdadigers,
zijn laatste rustplaats was bij de rijken;
toch had hij nooit enig onrecht begaan,
nooit bedrieglijke taal gesproken.
Maar de HEER wilde hem breken, hij maakte hem ziek.
Hij offerde zijn leven voor hun schuld,
om zijn nageslacht te zien en lang te leven.
En door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde.
Na het lijden dat hij moest doorstaan,
zag hij het licht
en werd met kennis verzadigd.
Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht,
hij neemt hun wandaden op zich.
Daarom ken ik hem een plaats toe onder velen
en zal hij met machtigen delen in de buit,
omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood
en zich tot de zondaars liet rekenen.
Hij droeg echter de schuld van velen
en nam het voor zondaars op.

Jubel, onvruchtbare vrouw,
jij die nooit een kind hebt gebaard;
breek uit in gejuich en gejubel,
jij die geen wee├źn hebt gekend.
Want - zegt de HEER -,
de kinderen van deze verstoten vrouw
zullen talrijker zijn dan die van de gehuwde.

Prokimen in de zesde toon (Ps. 87)

Zij hebben mij geworpen in de diepste put,
in de duisternis en de schaduw des doods.

- Heer, God van mijn heil,
des daags roep ik en des nachts sta ik voor Uw aanschijn.

Lezing uit de eerste brief van de heilige Apostel Paulus aan de christenen te Korinthe (1:18-2:2)

Broeders, het woord van het Kruis is wel dwaasheid voor hen die verloren gaan, maar voor ons die behouden worden is het Gods kracht. Zo staat het ook geschreven: Ik zal de wijsheid der wijzen te niet doen, en het verstand der verstandigen zal Ik verwerpen.

Waar is dan de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar is de allerverstandigste? Heeft God de wijsheid van deze wereld niet tot dwaasheid gemaakt? Want omdat de wereld in haar wijsheid Gods wijsheid niet heeft willen kennen, heeft het God behaagd om door de dwaasheid van de prediking hen te redden die wel geloven. En terwijl de Joden om tekenen vragen en de Grieken wijsheid zoeken, prediken wij de gekruisigde Christus, voor de Joden een ergernis, voor de Grieken een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, hetzij Jood of Griek, prediken wij Christus, Gods kracht en Gods wijsheid. Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen.

Broeders, denk eens terug aan uw eigen roeping: er waren onder u niet velen met grote menselijke wijsheid, niet velen waren machtig, niet velen aanzienlijk. Neen, het dwaze van deze wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen; en het zwakke van deze wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen; en wat onaanzienlijk en veracht was in deze wereld, heeft God uitverkoren; ja, alles wat niets is, om wat zich wel iets dunkt, te niet te doen; opdat geen vlees zich zou kunnen beroemen tegenover God.

Dank zij Hem zijt gij in Jesus Christus, Die door God voor ons geworden is: Wijsheid, Gerechtigheid, Heiliging en Verlossing, zodat met recht geschreven staat: Wie roemt, laat hij roemen in de Heer.

Toen ik bij u kwam, broeders, ben ik niet gekomen met grote welsprekendheid of diepe wijsheid om Gods getuigenis te verkondigen. Want ik was vast besloten onder u niets te kennen dan Jesus Christus, en wel als de Gekruisigde.

Alleluia in de eerste toon (Ps. 68)

Alleluia, alleluia, alleluia.

- Red mij, God, want de wateren
zijn binnengedrongen tot in mijn ziel

- Mijn ziel verwacht
smaad en ellende.

- Laten hun ogen verduisterd worden,
zodat zij niet zien.



Index - Stille Zaterdag - Terug naar beginpagina - Stuur ons mail


Orthodoxe Parochie van de H.H. Eersttronende Apostelen Petrus en Paulus   |   26 maart 2005 (H. Aartsengel Gabriël)
De bijbeltekst van het Oude Testament is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De episteltekst is ontleend aan "Apostel", vertaald door Archimandriet Adriaan.