Index - 5e vrijdag - 6e vrijdag - Terug naar beginpagina


6e woensdag

Lezing uit het boek der Schepping (43:26-31; 45:1-16)

Toen Jozef thuiskwam, droegen ze het geschenk naar binnen, boden het hem aan en bogen zich voor hem neer. Hij vroeg hun hoe ze het maakten en zei: "Is alles goed met jullie oude vader, over wie jullie me hebben verteld? Leeft hij nog?" Ze antwoordden: "Jazeker, uw dienaar, onze vader, leeft nog en hij maakt het goed." En weer bogen ze zich diep voor hem neer. Toen zag hij zijn broer Benjamin staan, de zoon van zijn eigen moeder, en vroeg: "Is dat jullie jongste broer, over wie jullie me hebben verteld?" En hij vervolgde: "God zij je genadig, mijn zoon." Toen haastte hij zich weg, want bij het zien van zijn broer schoot zijn gemoed vol, hij voelde dat hij zijn tranen niet kon bedwingen. Hij ging een kamer binnen en daar huilde hij. Daarna waste hij zijn gezicht, kwam de kamer weer uit, vermande zich en gaf opdracht de maaltijd op te dienen.

Toen kon Jozef zich niet langer goed houden tegenover allen die daar bij hem waren. "Laat iedereen weggaan!" riep hij. Zo was er niemand bij toen Jozef zijn broers vertelde wie hij was. Hij barstte in tranen uit en huilde zo luid dat de Egyptenaren het hoorden en dat het ook in het paleis van de farao te horen was. Hij zei tegen zijn broers: "Ik ben het, Jozef! Leeft mijn vader nog?" Zijn broers waren niet in staat antwoord te geven, ze waren verlamd van schrik. "Kom toch dichterbij," zei Jozef tegen hen, en daarop gingen ze dichter naar hem toe. "Ik ben Jozef," zei hij, "jullie broer, die jullie verkocht hebben en die naar Egypte is meegevoerd. Maar wees niet bang en maak jezelf geen verwijten dat jullie mij verkocht hebben en dat ik hier ben terechtgekomen, want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie leven te redden. De hongersnood teistert het land nu al twee jaar, en ook de komende vijf jaar zal er niet geploegd of geoogst worden. God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie voortbestaan op aarde veilig te stellen; zo wilde hij veel levens redden. Niet jullie hebben mij dus hierheen gestuurd maar God; door hem ben ik de belangrijkste raadsman van de farao geworden, de bestuurder van zijn hele hof en heerser over heel Egypte. Ga onmiddellijk terug naar mijn vader en zeg tegen hem dat zijn zoon Jozef hem het volgende laat weten: 'God heeft mij heer over heel Egypte gemaakt. Kom zo snel mogelijk naar mij toe. U kunt in Gosen wonen, dicht bij mij, met uw kinderen, uw kleinkinderen, uw schapen en geiten en runderen en wat u verder maar bezit. Ik zal u daar onderhouden, want de hongersnood zal nog vijf jaar duren. Dan hoeft u geen gebrek te lijden, u niet en ook uw familieleden en uw dieren niet.'" Tot slot zei Jozef: "Jullie allemaal, ook jij, Benjamin, zien met eigen ogen dat ik het zelf ben die hier met jullie spreekt. Vertellen jullie mijn vader dus hoeveel aanzien ik in Egypte geniet, en alles wat jullie gezien hebben, en laat hem dan zo gauw mogelijk hierheen komen." Daarop viel hij zijn broer Benjamin om de hals; beiden huilden. Jozef kuste al zijn broers, terwijl hij zijn tranen de vrije loop liet. Pas toen waren zijn broers in staat iets tegen hem te zeggen.

Toen het nieuws dat Jozefs broers gekomen waren, doorgedrongen was tot in het koninklijk paleis, waren de farao en zijn hovelingen verheugd.

Lezing uit het boek der Spreuken (21:23-22:4)

Wie zijn tong in toom houdt,
bespaart zich in zijn leven allerlei ellende.
Een spotter is verwaand en onbeschoft,
hij is grenzeloos hooghartig.
De verlangens van een luiaard leiden tot zijn dood,
hij weigert zijn handen te gebruiken.
Velen willen almaar meer bezit,
maar de rechtvaardige geeft, hij houdt niets voor zichzelf.
Het offer van de goddelozen is een gruwel,
vooral als de bedoeling slecht is.
Een onbetrouwbare getuige moet de mond worden gesnoerd,
maar wie vertelt wat hij weet, mag uitspreken.
Een goddeloze zet een trots gezicht,
de oprechte gaat de weg die hij moet gaan.
Wijsheid, inzicht, plannen,
niets houdt stand tegen de HEER.
Het paard wordt gereedgemaakt voor de strijd,
de overwinning hangt af van de HEER.
Een goede naam is te verkiezen boven grote rijkdom,
waardering boven zilver en goud.
Een arme en een rijke hebben dit gemeen:
de HEER heeft hen beiden gemaakt.
Wie verstandig is, ziet het gevaar en hoedt zich ervoor,
wie onverstandig is, gaat eraan voorbij en wordt gestraft.
Wie bescheiden is en ontzag heeft voor de HEER,
wordt beloond met rijkdom, eer en een lang leven.



Index - 5e vrijdag - 6e vrijdag - Terug naar beginpagina - Stuur ons mail


Orthodoxe Parochie van de H.H. Eersttronende Apostelen Petrus en Paulus   |   18 april 2005 (H. Athanasia van Egina)