Index - 3e vrijdag - 4e vrijdag - Terug naar beginpagina


4e woensdag

Lezing uit het boek der Schepping (9:18-10:1)

De zonen van Noach, die samen met hem uit de ark waren gekomen, heetten Sem, Cham en Jafet; Cham was de vader van Kanaän. Met de drie zonen van Noach begon de verspreiding van de mensheid over de hele aarde.

Noach was landbouwer en legde als eerste een wijngaard aan. Hij dronk van de wijn, werd dronken en ging in zijn tent liggen, zonder kleren aan. Toen Cham, de vader van Kanaän, zag dat zijn vader naakt was, vertelde hij dat aan zijn twee broers, die buiten waren. Daarop namen Sem en Jafet een mantel, legden die over hun schouders, liepen achteruit de tent binnen en bedekten het naakte lichaam van hun vader, met afgewend gelaat, zodat zij hem niet naakt zagen. Toen Noach uit zijn roes ontwaakte en te weten kwam wat zijn jongste zoon hem had aangedaan, zei hij:

"Vervloekt zij Kanaän,
knecht van zijn broers zal Kanaän zijn,
de minste van alle knechten.
Geprezen zij de HEER, de God van Sem;
knecht van Sem zal Kanaän zijn.
Moge God ruimte geven aan Jafet,
hem laten wonen in de tenten van Sem;
knecht van Jafet zal Kanaän zijn."

Noach leefde na de zondvloed nog driehonderdvijftig jaar. In totaal leefde Noach negenhonderdvijftig jaar. Daarna stierf hij.

Lezing uit het boek der Spreuken (12:2-13:9)

Een goed mens geniet de gunst van de HEER,
wie kwade plannen heeft, wordt door hem veroordeeld.
Goddeloosheid brengt een mens ten val,
de rechtvaardigen staan onwrikbaar geworteld.
Een sterke vrouw is een krans voor haar man,
een vrouw die hem te schande maakt, is als beenrot.
Rechtvaardigen denken volgens het recht,
goddelozen hebben bedrog in de zin.
De woorden van de goddelozen zijn een dodelijke hinderlaag,
wat oprechten zeggen, is een bevrijding.
De goddelozen worden omvergeworpen en verdwijnen,
het huis van de rechtvaardigen houdt stand.
Men prijst een mens naar de maat van zijn verstand,
een warhoofd wordt geminacht.
Beter een onaanzienlijk mens met een knecht
dan een bluffer die gebrek aan voedsel heeft.
Een rechtvaardige zorgt goed voor zijn vee,
een goddeloze is alleen maar wreed.
Wie zijn grond bewerkt, heeft altijd genoeg te eten,
wie lucht najaagt, heeft geen verstand.
Een goddeloze jaagt op zijn eigen ondergang,
wat rechtvaardigen doen, werpt vruchten af.
Een kwaadaardig mens verstrikt zich in zijn eigen leugens,
een rechtvaardige ontsnapt aan ieder gevaar.
Wie iets goeds zegt, voedt zich met zijn eigen woorden,
van wat hij tot stand brengt, profiteert hij zelf.
Een dwaas denkt dat hij de juiste weg gaat,
wie wijs is, luistert naar goede raad.
Een dwaas toont onmiddellijk zijn woede,
wie verstandig is, zwijgt als hij beledigd wordt.
Wie de waarheid spreekt, dient het recht,
een valse getuige verkondigt slechts leugens.
De woorden van een dwaas zijn dolkstoten,
wat de wijze zegt, brengt genezing.
Een betrouwbaar woord houdt altijd stand,
een leugen slechts voor korte tijd.
Wie kwaad smeden, zijn een en al bedrog,
vreugde wacht wie vrede zoeken.
De rechtvaardige wordt niet door onheil getroffen,
goddelozen worden bedolven onder ellende.
Bedriegers zijn de HEER een gruwel,
wie waarachtig handelen, zijn hem welgevallig.
Een verstandig mens loopt niet met zijn kennis te koop,
dwazen strooien met hun dwaasheid.
Een vlijtig mens verwerft gezag,
luiheid leidt tot slavernij.
Kommer maakt een mens neerslachtig,
een hartelijk woord beurt hem op.
De rechtvaardige is beter af dan ieder ander,
de goddeloze volgt een dwaalspoor.
Een luie jager vangt nooit wild,
een vlijtig mens verwerft een kostbaar vermogen.
De weg van de rechtvaardigheid leidt naar het leven,
een geëffend pad is het, vrij van de dood.
Een wijze zoon luistert naar de lessen van zijn vader,
een spotter sluit zijn oren voor berispingen.
Wie iets goeds zegt, voedt zich met zijn woorden,
wie onbetrouwbaar is, hongert naar geweld.
Wie zijn mond op slot houdt, waakt over zichzelf,
wie zijn lippen hun gang laat gaan, stort zichzelf in het verderf.
De verlangens van een luiaard worden niet vervuld,
een vlijtig mens wordt rijkelijk gelaafd.
Een rechtvaardige verafschuwt leugens,
door zijn schandelijke praatjes staat een goddeloze in een kwade reuk.
Rechtvaardigheid waakt over wie de juiste weg gaat,
goddeloosheid laat de zondaar dwalen.
De een doet zich rijk voor terwijl hij niets bezit,
de ander doet of hij arm is terwijl hij een vermogen heeft.
De rijkdom van een mens is het losgeld voor zijn leven,
ben je arm, dan word je niet bedreigd.
Het licht van een rechtvaardige brengt vreugde,
de lamp van goddelozen wordt gedoofd.



Index - 3e vrijdag - 4e vrijdag - Terug naar beginpagina - Stuur ons mail


Orthodoxe Parochie van de H.H. Eersttronende Apostelen Petrus en Paulus   |   5 april 2005 (H. Theodoulos en Agathopous)