Index - 1e vrijdag - 2e vrijdag - Terug naar beginpagina


2e woensdag

Lezing uit het boek der Schepping (4:16-26)

Toen ging Kaïn weg van het aangezicht des HEREN, en ging wonen in het land Nod, ten oosten van Eden. En Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw en zij werd zwanger en baarde Henoch; daarna werd hij de stichter van een stad en hij noemde deze stad naar zijn zoon Henoch. En aan Henoch werd Irad geboren en Irad verwekte Mejuchaël, en Mejuchaël verwekte Metusaël, en Metusaël verwekte Lamech. En Lamech nam zich twee vrouwen; de eerste heette Ada, en de andere Silla. En Ada baarde Jabal; hij is de vader geworden van hen, die in tenten en bij de kudde wonen. En de naam van zijn broeder was Jubal; hij is de vader geworden van allen, die citer en fluit bespelen. En Silla baarde eveneens, namelijk Tubal-Kaïn, de vader van de smeden, allen die koper en ijzer bewerken. En de zuster van Tubal-Kaïn was Naäma.

En Lamech zeide tot zijn vrouwen: Ada en Silla, hoort naar mijn stem; vrouwen van Lamech, neigt uw oor tot mijn rede. Ik sloeg een man dood om mijn wonde, een knaap om mijn striem; want Kaïn wordt zevenvoudig gewroken, maar Lamech zeven en zeventig maal!

En Adam had weer gemeenschap met zijn vrouw en zij baarde een zoon en gaf hem de naam Set, want, zeide zij, God heeft mij een andere zoon gegeven in plaats van Abel; hem immers heeft Kaïn gedood. En ook aan Set werd een zoon geboren, en hij noemde hem Enos. Toen begon men de naam des HEREN aan te roepen.

Lezing uit het boek der Spreuken (5:15-6:3)

Drink water uit uw eigen regenbak
en welwater uit uw eigen bornput.
Moeten uw bronnen op straat overstromen,
uw waterbeken op de pleinen?
Zij moeten voor u alleen zijn,
niet voor vreemden nevens u.
Uw bron zij gezegend,
verheug u over de vrouw uwer jeugd:
een liefelijke hinde, een bekoorlijke ree;
laat haar boezem u te allen tijde vreugdedronken maken,
wees bestendig verrukt over haar liefkozingen.
Waarom zoudt gij dan, mijn zoon, afdwalen naar een vreemde,
de boezem van een onbekende omarmen?
Want voor de ogen des HEREN liggen ieders wegen open,
Hij weegt al zijn gangen.
Zijn ongerechtigheden vangen de goddeloze,
in de strikken zijner zonde raakt hij vast.
Hij sterft, omdat tucht hem ontbreekt,
door zijn grote dwaasheid verdwaalt hij.
Mijn zoon, indien gij borg zijt geworden voor uw naaste,
voor een vreemde uw handslag hebt gegeven;
als gij verstrikt zijt door de woorden van uw mond,
gevangen zijt door de woorden van uw mond -
doe dan toch dit, mijn zoon, en red u,
want gij zijt in de greep van uw naaste gekomen:
ga, klamp uw naaste aan en bestorm hem.



Index - 1e vrijdag - 2e vrijdag - Terug naar beginpagina - Stuur ons mail


Orthodoxe Parochie van de H.H. Eersttronende Apostelen Petrus en Paulus   |   1 maart 2004 (H.Martelares Eudokia)