Index - 2e woensdag - 3e woensdag - Terug naar beginpagina


2e vrijdag

Lezing uit het boek der Schepping (5:32-6:8)

Toen Noach vijfhonderd jaar oud geworden was, verwekte Noach Sem, Cham en Jafet.

Toen de mensen zich op de aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden, zagen de zonen Gods, dat de dochters der mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zij maar verkozen. En de HERE zeide: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar zijn. De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun kinderen baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam.

Toen de HERE zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was, berouwde het de HERE, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in Zijn hart. En de HERE zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb. Maar Noach vond genade in de ogen des HEREN.

Lezing uit het boek der Spreuken (6:20-7:1)

Bewaar, mijn zoon, het gebod van uw vader
en verwerp de onderwijzing van uw moeder niet.
Bind ze bestendig op uw hart,
hang ze om uw hals.
Als gij op weg zijt, moge het u leiden;
als gij u nederlegt, moge het over u waken;
als gij wakker wordt, moge het u toespreken.
Want het gebod is een lamp,
en de onderwijzing een licht,
de vermaningen der tucht zijn een weg ten leven,
om u te bewaren voor de slechte vrouw,
voor de gladde tong der onbekende.
Begeer haar schoonheid niet in uw hart,
laat zij u niet vangen met haar wimpers.
Want ter wille van een hoer
vervalt men tot een schamel stuk brood,
en eens anders vrouw maakt jacht op een kostbaar leven.
Zal iemand vuur in zijn boezem halen,
zonder dat zijn klederen in brand geraken?
Of zal iemand op gloeiende kolen lopen,
zonder dat zijn voeten verbranden?
Aldus hij, die tot de vrouw van zijn naaste komt;
niemand die haar aanraakt, gaat vrijuit.
Men veracht een dief niet, wanneer hij steelt
om zijn begeerte te bevredigen, als hij honger heeft,
maar betrapt zijnde, moet hij zevenvoudige vergoeding geven,
al het goed van zijn huis moet hij geven.
Wie overspel pleegt met een vrouw, is verstandeloos;
wie dit doet, richt zichzelf te gronde.
Schade en schande verkrijgt hij,
zijn smaad is onuitwisbaar.
Want jaloersheid is vuurgloed in een man,
hij kent geen mededogen ten dage der wraak;
hij aanvaardt geen enkel zoenmiddel,
en blijft onverbiddelijk, al geeft gij een nog zo groot geschenk.
Mijn zoon, bewaar mijn redenen
en leg mijn geboden bij u weg.



Index - 2e woensdag - 3e woensdag - Terug naar beginpagina - Stuur ons mail


Orthodoxe Parochie van de H.H. Eersttronende Apostelen Petrus en Paulus   |   2 maart 2004 (H.Theodotos, bisschop van Kyrenia)