Index - 1e vrijdag - Terug naar beginpagina


1e woensdag

Lezing uit het boek der Schepping (1:24-2:3)

En God zeide: Dat de aarde voortbrenge levende wezens naar hun aard, vee en kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard; en het was alzo. En God maakte het wild gedierte naar zijn aard en het vee naar zijn aard en alles wat op de aardbodem kruipt naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.

En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt. En God zeide: Zie, ik geef u al het zaaddragend gewas op de gehele aarde en al het geboomte, waaraan zaaddragende vruchten zijn; het zal u tot spijze dienen. Maar aan al het gedierte der aarde en al wat op de aarde kruipt, waarin leven is, geef Ik al het groene kruid tot spijze; en het was alzo. En God zag alles wat hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag.

Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heer. Toen God op de zevende dag het werk voltooid had, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij gemaakt had. En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al het werk, dat God scheppende tot stand had gebracht.

Lezing uit het boek der Spreuken (2:1-22)

Mijn zoon, indien gij mijn woorden aanneemt
en mijn geboden bij u bewaart,
zodat uw oor de wijsheid opmerkt
en gij uw hart neigt tot de verstandigheid,
ja, indien gij tot het inzicht roept
en tot de verstandigheid uw stem verheft;
indien gij haar zoekt als zilver
en naar haar speurt als naar verborgen schatten,
dan zult gij de vreze des HEREN verstaan
en de kennis Gods vinden.
Want de HERE geeft wijsheid,
uit Zijn mond komen kennis en verstandigheid;
Hij bewaart hulp voor de oprechten,
Hij is een schild voor wie onberispelijk wandelen,
terwijl Hij waakt over de paden van het recht
en de weg zijner gunstgenoten beschermt.
Dan zult gij gerechtigheid en recht verstaan,
ook rechtschapenheid, elke goede weg.
Want de wijsheid zal in uw hart komen
en de kennis zal voor uw ziel liefelijk zijn;
bedachtzaamheid zal over u waken,
verstandigheid zal u behoeden,
om u te redden van de boze weg,
van de man die verkeerde dingen spreekt,
van hen die de rechte paden verlaten,
om op duistere wegen te gaan;
die in kwaaddoen zich verheugen,
juichen over boze draaierijen,
wier paden krom zijn
en die op hun dwaalwegen gaan;
om u te redden van de vreemde vrouw,
van de onbekende die gladde woorden spreekt,
die de echtvriend van haar jeugd verlaat
en het verbond van haar God vergeet;
want haar huis zinkt weg naar de dood,
haar paden voeren naar de schimmen;
niet één van allen die tot haar gaan, keert weder,
en zij bereiken de paden des levens niet;
opdat gij de weg der goeden bewandelt
en de paden der rechtvaardigen bewaart.
Want de oprechten zullen het land bewonen
en de vromen zullen daarin overblijven,
maar de goddelozen zullen uit het land worden uitgeroeid
en de trouwelozen zullen eruit worden weggerukt.



Index - 1e vrijdag - Terug naar beginpagina - Stuur ons mail


Orthodoxe Parochie van de H.H. Eersttronende Apostelen Petrus en Paulus   |   1 maart 2004 (H.Martelares Eudokia)