Index - 1e woensdag - 2e woensdag - Terug naar beginpagina


1e vrijdag

Lezing uit het boek der Schepping (2:20-3:20)

De mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste. Toen deed de HERE God een diepe slaap op de mens vallen; en terwijl deze sliep, nam Hij een van zijn ribben en sloot haar plaats toe met vlees. En de HERE God bouwde de rib, die Hij uit de mens genomen had, tot een vrouw, en hij bracht haar tot de mens. Toen zeide de mens: Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal 'mannin' heten, omdat zij uit de man genomen is. Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn. En zij beiden waren naakt, de mens en zijn vrouw, maar zij schaamden zich voor elkander niet.

De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de HERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof? Toen zeide de vrouw tot de slang: Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven. De slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven, maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad. En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten.

Toen zij het geluid van de HERE God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de HERE God tussen het geboomte in de hof.

En de HERE God riep de mens tot Zich en zeide tot hem: Waar zijt gij? En hij zeide: Toen ik uw geluid in de hof hoorde, werd ik bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij. En Hij zeide: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van de boom gegeten, waarvan Ik u verboden had te eten? Toen zeide de mens: De vrouw, die Gij aan mijn zijde gesteld hebt, die heeft mij van de boom gegeven en toen heb ik gegeten. Daarop zeide de HERE God tot de vrouw: Wat hebt gij daar gedaan? En de vrouw zeide: De slang heeft mij verleid en toen heb ik gegeten. Daarop zeide de HERE God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft. En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen. Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen. En tot de mens zeide Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, en doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten; in het zweet uws aanschijns zult u brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.

En de mens noemde zijn vrouw Eva, omdat zij de moeder van alle levenden is geworden.

Lezing uit het boek der Spreuken (3:19-33)

De HERE heeft door wijsheid de aarde gegrond,
door verstand de hemelen vastgesteld,
door zijn kennis zijn de waterdiepten gekliefd
en druppelen de wolken dauw.
Mijn zoon, laat ze niet wijken uit uw ogen,
bewaar overleg en bedachtzaamheid,
dan zullen zij het leven voor uw ziel zijn,
een sieraad voor uw hals.
Dan zult gij uw weg veilig gaan,
zonder dat uw voet zich stoot.
Indien gij u nederlegt, zult gij niet opschrikken,
maar gij zult u nederleggen en uw slaap zal zoet zijn.
Vrees niet voor plotselinge schrik,
noch voor de ondergang der goddelozen, als hij komt.
Want de HERE zal uw betrouwen zijn,
Hij zal uw voet bewaren, zodat hij niet gegrepen wordt.
Onthoud het goed niet aan wie het toekomt,
terwijl het in uw macht is het te doen.
Zeg niet tot uw naaste: Ga heen en kom terug,
morgen zal ik geven - terwijl gij het hebt.
Smeed geen kwaad tegen uw naaste,
terwijl hij in goed vertrouwen met u verkeert.
Twist niet met iemand zonder oorzaak,
indien hij u geen kwaad heeft gedaan.
Wees niet afgunstig op een man van geweld
en verkies geen enkele van zijn wegen,
want de HERE verafschuwt de verkeerde,
maar met de oprechten gaat hij vertrouwelijk om.
De vloek des HEREN is in het huis des goddelozen,
maar de woning der rechtvaardigen zegent Hij.



Index - 1e woensdag - 2e woensdag - Terug naar beginpagina - Stuur ons mail


Orthodoxe Parochie van de H.H. Eersttronende Apostelen Petrus en Paulus   |   1 maart 2004 (H.Martelares Eudokia)