De H.H. Eersttronende Apostelen Petrus en Paulus

29 juni: De roemrijke, alomgeprezen Apostelen Petrus en Paulus, de Eerst-Tronenden.

H.
Apostel PetrusPetrus, de broeder van Andreas de Eerstgeroepene, met zijn vlugge tong, zijn vurige liefde voor Christus en edelmoedig karakter, gold al spoedig als de mond van de twaalf Apostelen, en zo heeft Christus hem ook aanvaard, al zette Hij hem wel eens op zijn nummer. Ook na de verloochening was zijn positie niet veranderd hij werd door de anderen als hun natuurlijke leider beschouwd, ook later. In de apostellijsten van de Evangeliën wordt Petrus steeds op de eerste plaats genoemd. Wel was hij vreesachtig van aard, zoals blijkt bij de storm op het meer en in de voorhof van de hogepriester; maar hij toont ook innig berouw over zijn zwakheid. En Christus vertrouwt hem de zorg voor de anderen toe.

Petrus is te Rome de marteldood gestorven onder keizer Nero, waarschijnlijk in 67. Twee brieven van hem maken deel uit van het Nieuwe Testament. Een van de mooiste boodschappen daaruit wordt gevormd door zijn woorden over het algemene priesterschap van het christenvolk: "Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk..." (1 Petr. 2). Ook de plaats die het lijden inneemt in het leven van de Christen wordt door hem duidelijk uiteengezet: "Mijn dierbaren, verwonder u niet over het lijden alsof u iets ongewoons overkomt. Verheug u liever over de mate waarin gij deel hebt aan het Lijden van Christus. Dan zult ge ook juichen van blijdschap wanneer Zijn heerlijkheid zich openbaart..." (1 Petr. 4). Ook spreekt hij erover waarom de Wederkomst van Christus, waarnaar de Christenen met zoveel verlangen uitzagen, nog steeds niet geschied is.

Geheel anders was de positie van Paulus, Terwijl de andere apostelen, behalve de diepzinnige Johannes, in hun denken heel gewone mensen bleven, was Paulus een echte geleerde, een denker die tegelijk begiftigd was met een overstelpende energie. Hij is het die aan de Kerk haar vorm gegeven heeft, die na tweeduizend jaar nog steeds haar gezicht bepaalt.

H.
Apostel PaulusPaulus was geboren in Tarsos, een bloeiende handelsstad in Klein-Azië. Zijn theologische studie deed hij in Jeruzalem, bij de beroemde rabbi Gamaliël van de Farizeeën. Hij was tot fanatisme geneigd en vervolgde daarom de nieuwe stroning van de Christenen. Maar na zijn bekering groeide hij uit tot een zeldzaam voorbeeld van menselijke grootheid. Zijn scherp verstand, zijn grote welsprekendheid, zijn warmvoelend hart, zijn belangstelling voor mensen, zijn groot talent voor hechte vriendschap, dat alles maakte hem tot een centrale figuur in het ontluikende christendom. Zijn Brieven kregen een belangrijke plaats in de Boeken van het Nieuwe Testament, naast de Evangeliën. Daardoor verdient hij de erenaam "Apostel" die hij bij uitstek draagt. De liturgische lezing van zijn Brieven wordt zelfs "De Apostel" genoemd, terwijl het in het Westen gebruikelijke woord "Epistel" alleen maar "Brief" betekent.

We kennen hem als persoon ook veel beter dan de andere apostelen. Het boek der "Handelingen" is voor een groot deel aan het werk van Paulus gewijd. Zijn uitvoerige brieven gaven een bepaalde vorm aan de boodschap van Christus, welke een niet te overschatten invloed heeft uitgeoefend op het denken der Christenen; en tegelijk leren ze hemzelf kennen: zijn vurige liefde tot Christus, zijn grote aantrekkingskracht op de mensen met wie hij in aanraking kwam, zijn onvermoeibare ijver in het Evangeliewerk, de moed waarmee hij telkens weer allerlei mishandelingen verdroeg om zijn prediking, het diepe begrip van de goddelijke waarheid waarvan hij blijk geeft, zijn mystieke begaafdheid en de gloed waarmee hij de hoogste geloofswaarheden onder woorden brengt.

Paulus is de marteldood gestorven rond het jaar 67, onder keizer Nero. Zijn veertien Brieven, aan verschillende groepen gelovigen, dragen elk een volkomen eigen gezicht. De grote Brieven hebben vooral een leerstellig karakter. De Brieven aan de Romeinen en aan de Galaten spreken over de Joodse Wet tegenover de Genade van Christus. Daarbij ging het vooral over de vraag of de Besnijdenis toegepast moest worden op de leerlingen uit het heidendom. Vurig verdedigt Paulus de christelijke vrijheid van het geloof tegenover de enge gebondenheid van de Wet. Omdat we in de Doop met Christus gestorven zijn, hebben we ook deel aan de vrijheid van Zijn eeuwig Leven.

De Brieven aan de Korinthiërs en de Efesiërs bevatten de goddelijk-schone gedachten over het wezen van de Kerk als het Lichaam van Christus. En met hoeveel innerlijke vreugde hebben de Christenen in alle eeuwen geluisterd naar die onvergetelijke hymne op de liefde van 1 Kor. 13! De kleinere Brieven betreffen meer de organisatie van de Kerk, en worden daarom de Pastorale Brieven genoemd. Er begint zich een bepaald patroon af te tekenen. Eerst waren er de Apostelen en de Leerlingen, maar reeds spoedig begonnen zich groepen te vormen die met een bepaalde taak waren belast, en die daartoe met een wijding, een handoplegging, werden aangewezen. Langzamerhand ontstond er een structuur van Diakens, Priesters en Bisschoppen, en het begin van die structuur zien we in de Brieven van Paulus gestalte krijgen.

Daarnaast geven de Brieven een levendig beeld van de persoonlijke betrekkingen tussen Paulus en de verschillende Gemeenten, die we bijna liefdesbetrekkingen zouden kunnen noemen. En de vele personen waar hij mee in aanraking komt en die in zijn herinnering leven. Ook de spontane wijze waarop Paulus over dit alles spreekt, verwarmt zelfs na zoveel eeuwen nog ons hart.

Reeds de oudste feestkalender, die dateert van 354, kent dit feest op deze datum. De oorsprong gaat terug tot het jaar 258, toen de relieken van beide Heiligen op 29 juni heimelijk naar een catacombe aan de Via Appia werden gebracht, omdat keizer Valerianus de christelijke begraafplaatsen dreigde te verwoesten. Hierdoor vlamde de verering van de Christenen voor de Apostelvorsten hoog op, en daarom werd hun feest voortaan op deze datum gevierd.

Tropaar toon 4

Gij, Eersttronenden der Apostelen,
en Leraren der wereld,
bidt tot de Meester van het heelal
om aan de wereld vrede te schenken,
en aan onze zielen de grote genade.

Kondak toon 2

De trouwe Verkondigers van God,
de eersten der Apostelen,
hebt Gij, o Heer, deelachtig gemaakt aan Uw goederen,
en doen binnentreden in de eeuwige rust.
Want hun zwoegen en sterven
was kostbaar voor U, boven alle offers,
omdat Gij alleen de harten kent.

Uit: Heiligenjaar, heiligenlevens voor elke dag. Uitgave: Orthodox Klooster van de Heilige Joannes de Doper, Den Haag.